Onderlegrubber

Onderlegrubber ca. 60 mm bij voorkeur verlijmen (evt. kopspijkertjes) op zowel de sporen als op de gordingen. Op de sporen geheel van boven naar beneden en op de gordingen tussen de sporen plaatsen.

Verwijder de transporttape van de kopkanten van de plaat en bevestig de dichte tape op de hoge kant en de ademende tape op de onderkant van de plaat. De plaat dient met de UV beschermende kant (tekst-zijde) naar de zonzijde gelegd te worden. De folie zoveel mogelijk tijdens de montage ter bescherming op de plaat houden.

F-profiel

F-profiel te gebruiken bij opgaande muren (lip omhoog) of bij vrijstaande kanten (lip omlaag). Onderkant van het F-profiel inkepen om het U-profiel tot aan de zijkant te kunnen laten doorlopen. Voor het inschuiven van de plaat in het F-profiel aan beide zijde inkitten met bijgeleverde polycarbonaat resistente kit. Ca. een halve centimeter ruimte in het profiel laten voor krimp en uitzetting. Bevestigen met de bijgeleverde korte RVS schroef (afstand ca. 50 cm).

Wandaansluiting

Wandaansluiting incl. epdm dichting door laten lopen tot de zijkanten. De zijkanten afdichten met een ingekit afdekplaatje met schroef. (bij vrijstaande zijkanten) of door het doorlopende F-profiel (tussen twee muren). In het laatste geval in de hoek afkitten. Het wandaansluitingsprofiel bevestigen met bijgeleverde korte RVS schroef (afstand ca. 50 cm).

U-profiel

Het U-profiel wordt over de gehele breedte in één keer geplaatst, zodat de platen aan elkaar gekoppeld worden en een strak geheel vormen. Voor de definitieve plaatsing dient om de 50 cm een gaatje geboord te worden in het schuine gedeelte van het U-profiel (voor de afvoer van condenswater).

Verbindingsprofiel

Het verbindingsprofiel met epdm dichting wordt geplaatst over twee platen, met een ruimte van 1,5 tot 2 cm tussen de platen voor krimp en uitzetting. Het profiel wordt geplaatst tegen het wandaansluitingsprofiel en aan de onderkant van het U-profiel. Het verbindingsprofiel wordt bevestigd met de bijgeleverde lange schroeven (afstand ca. 25 cm). Let op dat het U-profiel de plaat met ca. 1 cm verlengt.

Afdekplaatje en afkitten

Een ingekit afdekplaatje met schroef dicht de kopkant van het verbindingsprofiel af en zorgt er tevens voor dat de platen omlaag kunnen lopen.

Als laatste handeling dient er op de aanhechtingen tussen de plaat en het U-profiel en F-profiel een kleine kitrups aangebracht te worden, hierna kan de folie verwijderd worden.


A = Ruimte voor thermische uitzetting (5 mm per meter)
B = 12 mm voor 10 mm plaat, 12 mm voor 16 of 32 mm plaat.

Algemene adviezen

  • Alle platen dienen met de kanalen in de lengterichting geplaatst te worden (waterlooprichting)
  • De dakhelling is bij voorkeur 10 graden (minimum 5 graden).
  • Voor een goede plaatinklemming is het noodzakelijk dat minimaal een verticale tussenwand wordt ingeklemd onder het verbindingsprofiel.
  • Platen mogen niet te sterk ingeklemd of bevestigd worden. Een te strakke inklemming verhindert de natuurlijke thermische uitzetting en veroorzaakt spanningen.
  • De platen dienen een opleg te hebben van ca. 2 cm.
  • Zorg in de lengte voor ca. 5 mm speling per meter plaat lengte. Bijv. plaat van 3 meter moet in de lengte een speling hebben van 1,5 cm.